top of page

Zoekresultaten

73 items gevonden voor ""

  • Het boekenbevrijdingsfront

    De combinatie ‘gratis’ en ‘boek’ laat de ekster in mij los. Zet mij voor zo’n openbare boekenkast op straat en je hebt eventjes geen kind meer aan mij. Het idee is simpel: je leent er een boek en brengt het terug, of je ruilt het om voor een ander. Briljant concept; tot het moment dat je met de voorkeuren van de buurtbewoners wordt geconfronteerd. De teleurstelling slaat ongenadig toe als het assortiment wéér bestaat uit belegen streekromans en gedateerde thrillers. Ik had me al met mijn lot verzoend totdat ik Fred tegenkwam. Ik ken Fred van de boekenafdeling in kringloopwinkel Rataplan in de Zijlstraat. We struinen zij-aan-zij door het aanbod; ik zoek naar geschiedenisboeken en Fred is een literatuurliefhebber. Tenminste, dat maak ik op uit het stapeltje boeken dat hij bij elkaar scharrelt. Hij heeft een brede smaak zie ik: Arnon Grunberg, Doeshka Meijsing, Maarten ’t Hart en Remco Campert. Toen we beiden naar een boek met de wervende flaptekst Martin Bril is een onvergetelijke schrijver grepen, raakten we in gesprek. “Toen hij nog leefde, was hij bijkans Nederlands meest geliefde auteur, en nu amper tien jaar na zijn dood, ligt hij hier. Zo snel kan het gaan,” zei Fred. Ik kon niets anders dan hem gelijk geven. Schrijvers verliezen snel hun aantrekkingskracht na hun verscheiden. “Ik heb daar iets op gevonden,” zei Fred samenzweerderig. “Ik ben een boekenbevrijder.” Ik keek hem schaapachtig aan. “Ik koop hier elke zaterdag een paar boeken,” ging hij verder. “Daarmee ga ik langs de straatbibliotheekjes in Haarlem. Ik heb zo mijn vaste adresjes en dan leg er ik er een boek in. Want de mooiste verhalen verdienen een tweede kans. En het leuke is: meestal is het boek dat ik de voorafgaande week neerlegde, door een lezer meegenomen.” “Goed voorbeeld doet goed volgen, dacht ik bij mezelf en legde Martin Bril’s Jongensjaren naast Konsalik. Eens kijken of twee boekenbevrijders een zachte revolutie kunnen ontketenen. Deze column is eerder verschenen op Haerlems Bodem

  • Lichtpuntje in de coronablues

    ‘Zij gelooft in mij’ zong de vader zachtjes in de haren van het peutertje in het voorstoeltje op de fiets. Het meisje glimlachte en sloeg met handjes op het stuur. Het was een lieflijk tafereeltje tijdens de drukke zaterdagmiddag in de Kruisstraat waar iedereen door elkaar heen krioelde op weg naar het centrum of juist bepakt en bezakt terug sjokte naar het station. Toekomst voor ons allebei De vader fietste richting de Barteljorisstraat met zijn hoofd voorover gebogen naar de krullen van het meisje. Ik schatte haar een jaar of twee en hem zo’n jaar of dertig. Hij zong verder... ‘toekomst in ons allebei’ en vatte toen moed om voluit te door zingen …. zij zegt nooit…. De voorbijgangers in de Kruisstraat kregen net als ik een glimlach op het gezicht. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar de coronapandemie raakt mij heviger dan vorig jaar. In mijn beleving was het toen een kwestie van de schouders eronder en we komen er wel doorheen, nu merk ik dat de loopgravenoorlog tussen voor- en tegenstanders mij uit het lood slaat. Zoek het lichtpuntje Daarom heb ik mijn dagelijkse wandeling uitgebreid met een interne opdracht: zoek momenten die hoop bieden. Ik verdring het chagrijn van de dagen door te zoeken naar de lichtpuntjes: de wonderschone sfeerverlichting boven de winkelstraten, een gratis plant van de bovenbuurvrouw, dat ene mooie vaasje dat ik vond tussen de hoog opgetaste spullen in de kringloop, een lekker leesboek uit een straatbibliotheekje, het zachte herfstlicht dat over de Nieuwe Gracht valt. Met een beetje goede wil en fantasie kom ik ruimschoots aan mijn dagelijkse portie lichtpuntjes. Zullen we een campagne starten? Er zijn nog zo’n 230.000 Haarlemmers in onze stad, die misschien ook coronablues ervaren. Daarom las ik met enige jaloezie het bericht over de campagne Lichtpuntjes die vorig jaar in Zuid-Nederland gehouden werd. Inwoners van Brabant kregen de oproep om hun persoonlijke lichtpuntje in te sturen, waarna de overheid het lichtpuntje op enorme bilboards plaatsten om alle inwoners een hart onder de riem te steken. De campagne was geïnspireerd op de strofe uit de monsterhit van Guus Meeuwis ‘dan denk ik aan Brabant, want daar brandt nog licht’. Wonderlijk toeval op deze zaterdagmiddag: twee volkszangers die elk op hun manier zongen en zingen over lichtpuntjes. PS meelezende communicatiegoeroes en ambtenaren…. Hoe gaaf zou het zijn als we nu een initiatief starten om Haarlemse lichtpuntje te verzamelen? Kwestie van een webpagina, een beetje geld en veel goede wil, zodat straks met de feestdagen op elk kruispunt en in elke wijk Haarlemse lichtpuntjes hangen. Ter aanmoediging en ondersteuning van iedereen met de coronablues. De hashtag heb ik al: #deeljelichtpuntje Deze column is eerder verschenen op Haarlems Bodem

  • Geluk met een jurk

    Ik had een liefdevolle jeugd in Haarlem Noord, maar termen als uit-de-band-springen, geld-verbrassen, op-de-bonnefooi-naar-Parijs-vertrekken, stonden niet in het woordenboek in het ouderlijk huis. Nog zie ik me naast mijn moeder met een boodschappenlijstje van winkel naar winkel huppelen, want zij was belust op koopjes én hield van kwaliteit. Verlokkende fluit van Hamelen We haalden gebakjes bij Bijman op de Eksterlaan, en de vleeswaren, kaas en eieren kwamen van de Centra op de hoek van de Muiderslotweg. Het was een sport om zowel het lekkerste maaltje bijeen te sprokkelen en toch de koopjes op de kop te tikken. Als mijn moeder een gedeukt, dus afgeprijsd, blik doperwten in de schappen ontwaarde, was haar hele dag goed. Ik heb dus niet van een vreemde, die zwakte voor de gratis spaarzegels bij de Albert Heijn. Het maakt niet uit dat ik een keukenla vol pannen in alle soorten en maten heb, de belofte dat je met een velletje geplakte zegels 20 euro kunt besparen, is als de verlokkende fluit van de rattenvanger van Hamelen voor mij. Zet mij voor een etalage met SALE-posters en ik sta al met een been binnen. Noem een kortingspasje en ik heb het, vroeger in de portemonnee, tegenwoordig in een app. Online winkelen is helemaal een no go, omdat na elke aanschaf de onvermijdelijke e-mailnieuwsbrief volgt, waarin nog meer korting wordt beloofd. Wouw, nu 25% korting op mascara bij Douglas, waar is die bestelknop? Boost voor zelfvertrouwen Ik trap dus steeds weer in de verleidelijke lokroep om koopjes te scoren. Tot ik het bespaarstemmetje negeerde en vanuit huis in een rechte lijn naar de boetiek in de Schaghelstraat liep. Ik haalde onvervaard een jurk uit het rek en stapte zonder het prijskaartje te checken de paskamer in. Ging niet van mijn stokje toen er een prijzig bijpassend setje oorbellen op de toonbank belandde. Ik zwaaide onbekommerd met de pinpas. Waarom? Omdat een nieuwe jurk een boost is voor je zelfvertrouwen. Daarom!

  • Mijn eerste verhaal

    Een leeg vel voor me en dan maar gedachtenflarden noteren, zo begin ik meestal aan een nieuw stuk. Veel daarvan verdraagt het daglicht nog niet. Te vaag of te plat, of gewoon niet goed genoeg. Schrijven en schaven Maar ik begon elke keer vol goede moed opnieuw en warempel, vanaf januari 2020 mag ik mezelf een van de columnisten van Haerlems Bodem noemen. Elke maand een stukje schrijven en schaven aan een tekst van 400 woorden, liefst een beetje grappig of ontroerend. Ik kan me niets leukers voorstellen en vind het nog steeds een eer om te mogen doen. Mijn eerste verhaal Zoals een 10-kilometer hardloper ooit een marathon wil lopen, zo wil ik ooit een boek schrijven. Dus legde ik de lat voor mezelf een stukje hoger en schreef me in voor een cursus voor aspirant schrijvers. Gedurende 8 weken werkte ik aan een verhaal van 2000 woorden. En met een beetje trots mag ik vertellen dat mijn verhaal gepubliceerd is op een website over thrillers en thrillerschrijvers. Ik presenteer jullie: De Marktplaatsdeal.

  • Goede feeën bestaan niet

    Onlangs toog ik naar de tentoonstelling ‘Vogelpracht’ in het Teylersmuseum. Ik dwaalde langs de vitrines, met voor mij een Amerikaan die zwijgzaam op zijn telefoon kijkt en achter mij een gezin waarvan de kinderen dociel hun moeder volgen terwijl zij letterlijk alle bordjes voorleest. Om mij niet langer te ergeren probeer ik een voorsprong te nemen maar daarbij zie ik bijna het meest fascinerende bordje over het hoofd. Daarover later meer. Maanden van huis Even in het kort: vogels in alle soorten, maten, verendek en snavels is het thema van deze tentoonstelling. Het topstuk en middelpunt van de expositie is het prachtboek ‘The Birds of America’ van John James Audubon (1785-1851). John James leefde in een tijd waarin onderzoekers voor het eerst maanden op vogelsafari gaan om de vogels in hun eigen omgeving te tekenen. Hoe komt het eigenlijk dat John James maanden huis en haard kan verlaten om zijn ding te doen en wereldberoemd te worden door zijn gebundelde tekeningen? Wie zorgt er voor zijn natje en droogje? Daar geeft de tentoonstelling een antwoord op. Door zijn vrouw laten onderhouden En hier komt dat bijna-gemiste bordje om de hoek kijken. Ten eerste liet John James zich tijdens zijn reizen ondersteunen door tot slaaf gemaakten. Nadat hij van een reis uit Afrika terugkomt, zet hij twee slaven met boot al in de verkoop. Dat vind ik verwerpelijk, maar dat past nog in de tijd van toen. Wat mij het meest verbaast is dat John James zich thuis door zijn vrouw laat onderhouden. Lucy Bakewell-Audubon verdient het gezinsinkomen met lesgeven en het oprichten van scholen. Daarnaast is zij verantwoordelijk voor de opvoeding van hun twee zonen en financiert zij dus de reizen van John James. Dan ga je toch met andere ogen naar zo’n avonturier kijken. Tenminste, ik wel. Ik had wel meer willen weten over Lucy, maar over haar werk en leven is verder weinig bekend. Goede werken gratis en ongeregeld Over televisiebekendheid Mies Bouwman gaat het verhaal de ronde dat zij haar hulpen in de huishouding placht te betitelen als goede feeën. Bijzonder als je bedenkt dat deze wonderlijke creaturen in sprookjes hun goede werken gratis en op ongeregelde tijden verrichten, terwijl de meeste hulpen in de huishouding op vaste tijden komen en een contante betaling verwachten. En met dat inzicht ga ik voortaan vaker kijken naar de drijvende krachten achter elke kunstenaar of kunstenares. Hulde voor het Teylersmuseum die ook aandacht schenkt dit stukje geschiedschrijving! Deze column is eerder verschenen op Haerlems Bodem

  • Madeliefjes-power

    We moeten het eens hebben over de vertrapten der aarde, het schuchtere bloempje dat elk voorjaar weer terugkomt: het madeliefje. Signalement: klein, laag bij de grond, geel hartje en een rozet van witte bloemblaadjes. Weinig dat zo weerloos oogt, maar toch zo dapper standhoudt als een madeliefje. Valt het je trouwens op dat niemand ooit ‘madelief’ zegt? Niet kieskeurig In tegenstelling tot de paardenbloem, is zij een graag geziene gast in het gras en niet kieskeurig. Ze groeit net zo lief in de tuin van een villa in Aerdenhout, als in de Bolwerken of een achtertuintje in Schalkwijk. Maakt haar niet uit. Ze houdt alleen niet van bosgrond. Nog een feitje: het madeliefje symboliseert in België de eerste wereldoorlog, net zoals de klaproos dat is voor de Britten. Symbool In Nederland hebben we geen bloem die kan fungeren als een nationaal symbool van hoop en veerkracht. Dat is wel jammer. Het zou mooi zijn als we op 5 mei met zijn allen een bloem op de revers spelden om te laten zien dat wij voor de vrijheid zijn. Of op Facebook een virtueel madeliefje te kunnen plakken. Madeliefjes zijn onverwoestbaar; als je ze wegmaait komen ze dubbel zo hard terug. Gepaste drukte bij de priklocatie Vorige week heb ik de eerste vaccinatieprik tegen corona gehad. De prik der prikken zeg maar. In een volle - maar niet te drukke – sporthal was ik een van de vele gelukkigen die voortaan gevaccineerd door het leven gaat. Het was wel een anticlimax dat na het verplichte kwartiertje wachten, ik moederziel alleen deSym gang naar buiten moest maken. Alleen een goedgemutste beveiliger wenste mij nog een goede dag voordat ik weer het voorjaarszonnetje instapte. Ik had vagelijk gehoopt op een triomfboog na de uitgang en een uitzinnig juichende menigte. Niet dat ik persoonlijk een heldendaad heb verricht, maar de gepaste drukte bij de priklocatie toont dat veel Haarlemmers gevaccineerd willen worden. Welke twijfel sommige politici ook willen zaaien, wij zijn met meer. Symbool van vrijheid en veerkracht Het waterige zonnetje begeleidde mij op de fietstocht naar huis. Onderweg zag ik de berm vol madeliefjes. Vrolijk en fris alsof ze de hele winter lang nooit waren weggeweest. Bij deze doe ik minister Hugo de Jonge een gratis tip aan de hand: maak van het madeliefje ons nationaal symbool van vrijheid, veerkracht en vaccinatie. Deze column is eerder verschenen op Haerlems Bodem

  • Straatschuimers en brave burgers tijdens de avondklok

    ’s Avonds rond 22.00 uur maak ik een laatste rondje met het hondje. Ik ben niet de enige op straat, het is op sommige momenten net zo druk als op zaterdag in de Grote Houtstraat. Oké, ik overdrijf, maar het is toch drukker dan je zou verwachten. Harige vriend aan de lijn Ik ontmoet ook mensen die ontspannen van de avondlucht genieten. Bijvoorbeeld mensen die uit hun werk komen. Die kun je herkennen aan de zelfverzekerde tred die bewijst dat ze een vergunning op zak hebben. En uiteraard mensen die net zoals ik een harige vriend aan de lijn hebben. Het is soms een dolle boel op afstand met de andere hondeneigenaren, hoewel de conversatie beperkt blijft tot: ‘Wat een leuke hond, wat voor soort is het’? ‘En af, Bello af, af, zeg ik toch’. Het moge duidelijk zijn dat de conversatie met de eigenaren uit de laatste categorie niet heel swingend verloopt. Collectief tot bezinning gekomen Al met al valt er ‘s avonds geen enkele wanklank te horen. Dat was bij de aanvang van de avondklok eind januari wel anders. Tegenstanders klaagden ach en wee, de spertijd in de Tweede Wereldoorlog werd erbij gehaald en in Schalkwijk kreeg een journalist tijdens de rellen een steen tegen zijn hoofd. De protesten doofden gelukkig snel uit. Niet alleen omdat de politie de eerste tijd regelmatig patrouilleerde ook omdat we ons fatsoen weer terugvonden. Iedere Haarlemmer is het waard Het woord avondklok doet inderdaad al snel denken aan de spertijd van de Duitse bezetter. In elk geval bij de generatie ‘klas van 1945’ en degenen die hebben opgelet tijdens de geschiedenisles. Maar de oorlog van toen is voorbij. We voeren nu een strijd tegen corona en die twee hebben niets met elkaar te maken. Ja, het is vervelend dat je ’s avonds niet meer een blokje om kunt of je visite zo moet plannen dat je voor 21.00 uur weer thuis bent. Maar bedenk eens hoe zwaar de horeca het nog steeds heeft en de winkeliers. De leerlingen die online les moeten volgen of bij Gods gratie één of twee dagen naar school mogen komen. De eigenaresse van mijn favoriete bloemenstalletje die nog maar de helft van haar assortiment voert omdat ze de inkoop niet langer kan betalen. Vrienden en familie die elkaar veel te weinig zien. Voor hen moeten we alles op alles zetten. Voor iedereen die je kent, voor iedereen die je liefhebt, maar ook voor de mensen die je niet kent. Omdat we hier samen doorheen moeten. Jij bent het waard, je buurman is het waard, iedere Haarlemmer is het waard. Dus blijf thuis! Tenzij je een hond hebt. Deze column is eerder gepubliceerd op Haerlems Bodem

  • Avonturier schrijft boek, achterkleinkind redigeert

    Geboren en getogen Haarlemmer Fred van den Hoek wist wel dat zijn overgrootvader Alfons geen doorsnee leven leidde maar jarenlang bleef het daarbij. Tot Fred van een oud-tante de nalatenschap van Alfons erft: tientallen dozen met dagboeken, documenten, beeldjes en unieke negentiende-eeuwse foto’s. Alfons was een van de eerste bezitters van een fotocamera en tijdens zijn reizen naar Afrika fotografeerde hij uitgebreid het landschap en de inwoners. Tussen alle spullen vond Fred ook een onvoltooid manuscript en hij besloot om het avontuurlijke leven van zijn overgrootvader Alfons Vermeulen (1877 – 1965) te reconstrueren. Overgrootvader stapt in het (huwelijks-)bootje In 1899 stapt Alfons aan boord van het schip de Bruxellesville om na een zeereis van bijna een maand in Congo aan te meren. Hij werd landinwaarts gestationeerd door de NAHV, een Nederlands handelsbedrijf in rubber, ivoor en andere Afrikaanse producten, om een factorij te leiden. Na vijf jaar kwam hij terug naar Nederland. Helaas was hij hier minder fortuinlijk; zowel zijn zakelijke onderneming als huwelijk strandden. Noodgedwongen vertrok hij voor de tweede keer naar Congo. Daar trouwde Alfons in 1921 opnieuw en schreef na zijn terugkomst twee boeken over het dagelijks leven in de binnenlanden van Belgisch Congo en Frans Congo: 'De pioniersdagen van Chicongo' (1933) en 'De ingang der hel' (1938). Schatbewaarder Fred redigeerde het onvoltooide manuscript van Alfons tot een boek. ‘Ik voel me net een schatbewaarder’, zegt hij daarover. Tegenwoordig zijn de opvattingen over wat 'normaal' is anders dan aan het begin van de negentiende eeuw. Daarom schakelde Fred professor Jan Vansina (1929 – 2017) van de Universiteit van Wisconsin in om het manuscript te toetsen op het waarheidsgehalte. Deze professor Volkenkunde concludeert: Avonturier, handelaar, reiziger en levensgenieter Alfons Vermeulen heeft geen verhalen verzonnen, maar opgeschreven wat hij zag en ervaarde. Dat levert een fascinerend inkijkje op in een wereld die in niets meer is te vergelijken met de onze. Niet voor niets is het boek getiteld naar de naam die Alfons kreeg in Afrika: 'Chicongo' wat zoveel zeggen wil als 'hij die alles weten wil'. Westerse blik Door de ogen van Alfons zijn we getuige van de eerste ontmoetingen tussen de West-Europese en oorspronkelijke Afrikaanse samenleving. Het is een verslag van het alledaagse leven in Congo, over dineren met stamoudsten, hoe om te gaan met de verzengende hitte, familievreugdes, familievetes en stammenstrijd. Onderhandelen, afdingen, kopen en verkopen; het hele scala aan zakelijke en huiselijke contacten komt aan bod in een dikke pil van 400 bladzijden. Daar ben je wel wat avonden mee zoet! Meer weten over avonturier Alfons Vermeulen? Lees verder op Wikipedia Fotografie: Rob Ouwerkerk

  • Hoe het begon

    Ik mag graag een rondje kuieren door de stad. Beetje etalages kijken, beetje dromen en vooral kijken naar andere mensen. Het is donker, een beetje fris en januari. De kerstverlichting hangt nog boven de straten en door de mist is het licht gedimd en, als het geen cliché zou zijn, zelfs feeëriek. De huizen en winkels kleuren in verschillende bruin- en beigetinten met hier en daar een helder detail, alsof Breitner nog maar net zijn kwasten in de schilderkist heeft opgeruimd. Eindeljik doorgepakt Ik loop mijn dagelijkse rondje in strijd tegen de verveling en de coronakilo’s over de Grote Markt, door de Veerstraat en daarna de brug over naar de andere kant van het Spaarne. Ik geef u deze gedetailleerde informatie omdat ik zoek naar een leuk uitlaatrondje voor ons nieuwe huisgenootje. Echtgenoot en ik hadden het er vaker over gehad maar nooit echt serieus, meer als een wensdroom die boven de zondagse verveling hing. Hadden we nu maar een hondje om uit te laten, dan verveelden we ons samen. Maar na schrik om ziekte en zeer van naasten, wilde ik dit keer doorpakken, en met een ongekende daadkracht besloten we dat in 2021 ons gezin uitgebreid wordt met een viervoeter. Oefenen op op een neutrale blik Tijdens de wandeling oefen ik op stilstaan bij een boom gecombineerd met de neutrale blik in de verte. De blik in de ogen van het hondenbaasje als naast hen Bello zijn behoefte doet. De blik van: ik sta hier ook maar toevallig. Niet op mij letten, gewoon doorlopen. Inwendig juich ik, zojuist hebben we bericht gekregen dat Queeny half februari naar ons komt. De tijd van dromen is voorbij! Bij de dierenspeciaalzaak slaan we voor honderden euro’s spullen in. Een mand, een bench, speeltjes, voer, het ene item na het andere verdwijnt in het winkelmandje. Geheel tegen onze zuinige aard in kijken we niet naar de prijs, maar laten ons leiden door de vriendelijke winkelbediende en de wens om het ideale nestje te bouwen. Nog maar 10 dagen geduld. Dan landt Queeny op Schiphol.

  • Eerst luisteren, dan praten

    Ik maak elke week een ommetje met mijn zoon en meestal ben ik dan aan woord; feitjes en wetenswaardigheden rondstrooiend alsof het niets kost. Een daklijst hier, een koepelvenster daar, hier woonde familie zusenzo en dit pand behoorde toe aan de schrijver Jacob van Looy. Hij luistert beleefd en kijkt tussendoor niet een keer op zijn telefoon. Maar als je altijd praat, hoor je niets en daarom besloten we het gisteren het anders aan te pakken. Hij vertelt en ik luister. En warempel, een heel nieuw en onbekend Haarlem ontrolt zich voor mijn ogen. Mijn zoon vertelt over de jeugdzondes uit de tijd die achter hem ligt. Over de snackbars die onder de toonbank sigaretten aan 16-minners verkopen. Spoiler-alert: dat zijn er velen. De boze man die al vloekt als er een jongere in zijn gezichtsveld komt. Aardige mensen die limonade en mandarijnen uitdelen. Een café waar je als zestienjarige te gemakkelijk binnenkomt om een biertje te drinken. We wandelen door de Haarlemmer Hout en ik krijg uitleg waar de blowers en waar de alco’s zich bevonden en wat de onderlinge mores in het park zijn. Fascinerend vind ik het. Gevaarloos inkijkje in de jeugdcultuur Ik zie meteen een heel nieuw verdienmodel voor me. In plaats van de toeristentochten van de VVV langs de gebruikelijke Haarlemse hoogtepunten, vragen we pubers om als stadsgids op te treden. Stadswandelingen worden op die manier een gevaarloos inkijkje in de jeugdcultuur voor deelnemers die zelf niet meer jong en hip zijn. Want niets is zo fnuikend als een volwassene die jongerentaal gaat spreken. Kijk eens naar de overheidscampagne #slimmerchillen = corona killen. (www.slimmerchillen.nl ) In sneltreinvaart is er een campagne opgetuigd. Met een website en Insta, Twitter en Tiktok. Lekker strak vormgegeven, met krachtige rode en zwarte letters. Helemaal into the doelgroep tot je het filmpje ziet waarin minister Ferd Grapperhaus de jongeren toespreekt. Met een serieuze blik in de camera rolt er een tekst uit zijn mond die waarschijnlijk door zijn afdeling communicatie is geschreven. Doe je niet slimmer voor Tenenkrommend is niet het goede woord, maar een tikje ongemakkelijk is wel. Wees wijs en doe je niet slimmer, hipper, jonger of ouder voor dan je bent. Eerst luisteren, dan praten. Een motto voor iedereen die zijn omgeving wil begrijpen. Deze column is eerder gepubliceerd op Haerlems Bodem

  • Aan de rand van de dansvloer

    Sommige woorden markeren een leeftijdsfase, schuifelen is daar een van. Net zoals bakvis. Ze horen bij elkaar in de leeftijdsfase die te boek staat als tussen tafellaken en servet, ook al zo’n term die onbruik is geraakt. Het was in 1979 dat ik op de Mavo de eerste klassenfeesten beleefde. Met een te strakke spijkerbroek en nauwsluitend topje observeerden we de jongens aan de overkant. We deden alsof we ze geen blik waardig keurden terwijl we dansten met maniertjes die we kopieerden van de Dolly Dots. De avond vorderde, het licht dimde tot een flauw schijnsel, alleen de vloer was nog zichtbaar en de feestvierders bevonden zich aan de donkere randen in de schaduw. Nog steeds met een fikse afstand Aan de overkant maakte de dapperste jongen zich los en beende met nauwelijks verhulde zenuwen naar het mooiste meisje aan de overkant. ‘Schuifelen?’ De diskjockey paste de muziek aan. ‘Angie’ zong Mick Jagger met klagelijke stem. Zij vleide omzichtig haar armen om zijn nek, hij omvatte haar bij de heupen. Met nog steeds een fikse afstand tussen hun lichamen wiegden ze zachtjes heen en weer. Nauwelijks een halve plaat later kwamen andere stelletjes op de dansvloer. Steeds dichter tegen elkaar aan, voorzichtig legde hij zijn hand op haar onderrug. Zodra die dreigde af te dwalen naar haar billen, pakte ze liefdevol doch gedecideerd zijn hand en plaatste die terug op de oorspronkelijke positie. Zij daarentegen, zij verstond de kunst om haar borsten eventjes tegen zijn smalle borstkas te vleien. Onschuldig, alsof er geen opzet in het spel was. De stille in de hoek Omgeven door de rondzwervende hormonen en aangestoken door de feromonen van Fresh Up (hij) of Anais Anais (zij) dwaalden we gelukzalig een uurtje in de muzikale cocon op de dansvloer. Tot om half twaalf het licht aanging en je met verdwaasde blik rondkeek naar de jongens en meisjes die nog steeds langs de kant zaten. Muurbloempjes. Pas toen hij plaatjes ging draaien op de jeugdsoos, zag ik hem pas echt. Sommige dingen vergeet je nooit, sommige komen pas naar boven bij de eerste tonen van een lied This Charming Men, Morrisy. Deze is voor iedereen aan de rand van de dansvloer.

  • Eigen boot eerst

    Er is ophef in Haarlem. Er is altijd wel ophef over het een of het ander, over de sobere en toch feestelijke stadsverlichting, bussen door nauwe straatjes, scheve stoeptegels en fietsers die wandelaars hinderen en omgekeerd. Meestal haal ik mijn schouders op maar dit keer raakt het bericht mij: een nieuw aangenomen amendement bij de gemeenteraadsverkiezing op 23 oktober zorgt er nu voor dat booteigenaren die niet in Haarlem wonen hun ligplaats in de stad binnen twee jaar kwijt zijn. Eigen boot eerst, is het nieuwe motto van de Haarlemse burgervaders. Ik woon vlakbij een bescheiden watertje. Zo dichtbij dat als ik mij over het balkon buig, ik een steentje in het water zou kunnen gooien. Ik laat het wel uit mijn hoofd want de kans is groter dat ik een hondenkop raak dan het veroorzaken van een rimpeling in het water. Het gras langs het water oefent een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op de honden en hun baasjes. Maar goed, die ligplaatsen dus. Aan beide zijden van de Garenkokersvaart zijn er ligplaatsen voor bootjes gecreëerd voor patserbootjes en vriendelijke sloepjes. Op een warme dag is het een komen en gaan van booteigenaren die het ruime sop richting het Spaarne kiezen. Aan het einde van de zomer kwamen de auto met trailers om de boten uit het water te takelen, en passant het gras omploegend en achter te laten met brede autosporen die tot diep in het voorjaar zichtbaar zijn. Eén boot kwam er nooit van zijn plaats. Een antieke Bakdekkruizer met een blauw verweerd afdekzeil lag jaar na jaar weg te roesten in het water. Ondanks dat de boot nooit van zijn plek kwam, was er binnen wel leven te ontdekken. Op warme zomernachten was het scheepje in gebruik bij mensen die geen vaste woonstee te hebben. Na klachten uit de buurt werd de boot weggesleept. Nog geen week later lag er nieuwe boot in het water te schitteren. De eigenaar was ongetwijfeld blij dat hij een ligplek in Haarlem heeft verworven en de Garenkokerskade was weer een stukje opgepoetst. Ik hoop maar dat de onfortuinlijke gelukszoeker een andere slaapplek heeft gevonden. De buitenstadse booteigenaar die in Haarlem vanaf 2022 een plekje wil zoeken, heeft het nakijken. Maar nog steeds heeft hij of zij het oneindig beter getroffen dan de slapers op de verroeste boot in de Garenkokerskade. Deze column is eerder gepubliceerd op Haerlems Bodem

bottom of page